Nabehandeling
Een
behandeling na chirurgie (adjuverende therapie) heeft een 2-ledig doel:
°
verkleinen van risico op herval van de ziekte
°
verhogen van de overlevingskans (‘prognose’)
Mogelijke nabehandelingen:
Radiotherapie (‘bestraling’) is een
lokale nabehandeling.
Hierbij
worden er hoogenergetische stralen ‘afgevuurd’ op de geopereerde borst.
Deze
veroorzaken een beschadiging van het celmateriaal waardoor er geen celdeling
meer optreedt.
De
berekende stralingsdosis brengt slechts minimale schade toe aan de gezonde
weefsels.
Radiotherapie
veroorzaakt geen haaruitval, misselijkheid of braken maar kan wel leiden tot (tijdelijke) roodheid van de geopereerde borst of een droge huid met bruine verkleuring.
Vermoeidheid is ook een veel gehoorde klacht.
Radiotherapie verloopt in
sessies van enkele minuten en dit gedurende 21, 25 of 33 opeenvolgende dagen
(niet gedurende week-ends).
Antihormonale behandeling
Borstkankertumoren
kunnen hormoongevoelig zijn. De gevoeligheid hierop wordt getest op het
weggenomen tumorweefsel. Antihormonale medicatie wordt dan ook
aangeraden indien de tumor inderdaad hormoongevoelig is.
Deze omvat het dagelijks innemen van 1 tablet gedurende minstens 5
jaar en in sommige gevallen 10 jaar.
Chemotherapie is een medicamenteuze
behandeling met cytostatica of celdodende middelen. Deze worden intraveneus
(via de aders) toegediend.
Antilichaambehandeling
Sommige
borstkankers vertonen een HER2-overexpressie. Een aangepaste antilichaambehandeling
(immunotherapie) zal dan ook van toepassing zijn.
De toediening
van chemo- en antilichaamtherapie gebeurt onder strikte controle van de medisch
oncoloog (arts gespecialiseerd in de niet-chirurgische behandeling
van kankerpatiënten).
Elke tumor, elke patënt is verschillend. Welke (na)behandeling voor U van toepassing is wordt besproken op het multidisciplinair overlegcommité, een vergadering waarop o.a.
de medisch oncoloog, radioloog, patholoog, radiotherapeut, borstverpleegkundige en mezelf aanwezig zijn.